Nieuws

06-02-2023

Oprichters BV i.o. persoonlijk aansprakelijk tot BV rechtshandeling heeft bekrachtigd

Aansprakelijkheidskwesties zijn lopendebandwerk voor rechters. Dat is niet verwonderlijk. Het gaat er vaak om wie de aansprakelijkheid draagt. Soms is het de : de BV of de ondernemer in privé.

Zo komt het wel voor dat een of meer oprichters namens de BV in oprichting (i.o) een of meer rechtshandelingen doen. Voorbeelden daarvan zijn het aangaan van een huurovereenkomst of de aanschaf van een of meer productiemiddelen.

De wet is er duidelijk over. Daarin staat dat rechtshandelingen namens een op te richten vennootschap alleen rechten en plichten voor de vennootschap oplevert als die rechtshandelingen na oprichting (uitdrukkelijk of stilzwijgend) worden bekrachtigd. Degene die namens een op te richten vennootschap een rechtshandeling verricht, is hoofdelijk aansprakelijk totdat de vennootschap na oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd. Dat kan alleen worden voorkomen als dat uitdrukkelijk anders is bedongen.

Als niet kan worden bewezen dat de BV de rechtshandeling heeft bekrachtigd of dat iets anders is overeengekomen, is de BV is niet gebonden aan de betreffende overeenkomst. De BV kan dan ook niet worden gehouden aan de vorderingen die uit de rechtshandeling voortkomen. In dat geval is alleen degene die de rechtshandeling heeft verricht aansprakelijk. Deze zal dan ook de verplichtingen daaruit moeten nakomen.

Wilt u meer weten over aansprakelijkheid bij oprichten van een BV? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
06-02-2023

Testament, levenstestament of wilsverklaring

Het maken van een testament staat mogelijk niet hoog op uw prioriteitenlijst. Of sterker nog, u hebt er nog nooit over nagedacht. Toch heeft het voordelen om te regelen wat uw wensen zijn voor als u niet meer in staat bent om uw eigen belangen te behartigen, bijvoorbeeld in geval van dementie of na overlijden. Daarmee krijg het nadenken een extra dimensie. Is voor u een testament een goed document om problemen te voorkomen of op te lossen, of juist een levenstestament? Of kunt volstaan met een eenvoudige wilsverklaring? We zetten deze mogelijkheden en de verschillen daartussen op een rijtje.

Testament

Een testament geeft u de mogelijkheid om vast te leggen wat er na uw overlijden met uw nalatenschap moet gebeuren. Uw nalatenschap kan bestaan uit vermogen en schulden, spullen, dieren en nog veel meer. U bepaalt wat daarmee moet gebeuren, wie wat krijgt en wie dat moet regelen. Die laatste heet in een testament de executeur. Hij of zij moet er op toezien dat uw wensen worden uitgevoerd. Een testament is alleen geldig als deze door de notaris opgemaakt en mede ondertekend is.

Een testament wordt ingeschreven in het Centraal Testamenten Register zodat altijd vastgesteld kan worden wat het laatste testament van iemand is.

Codicil

U kunt ook zelf buiten de notaris om wensen op papier zetten. Denk aan hoe u uw uitvaart geregeld wilt hebben, de verdeling van de inboedel en bijvoorbeeld sieraden. U kunt in een codicil geen geld nalaten of erfgenamen aanwijzen, dat kan alleen in een testament. Zelf geschreven wensen zijn geen testament. Het document heet dan codicil. Een codicil is rechtsgeldig als het door u met de hand geschreven is en er de datum en uw handtekening onder staat.

Levenstestament

Een levenstestament is iets anders dan een testament. Het woord “leven” zegt het al, het is een testament voor als u tijdens uw leven niet meer in staat zou zijn om uw eigen belangen (voldoende) te behartigen. U legt in een levenstestament vast wie er namens u beslissingen mag nemen als u daar zelf niet meer toe in staat bent. U geeft deze persoon daartoe algemene volmacht. Het levenstestament geldt zolang u in leven bent, het testament is er voor na uw overlijden.

Zonder testament

Of u wel of niet een testament of levenstestament opmaakt, is aan u. Zonder testament gelden de algemene wettelijke regels. Die regels kunnen anders uitpakken dan u zelf zou hebben gewild. Daar kan niemand dan wat aan veranderen.

Wilsverklaring

Los van de vraag of u wel of niet een testament of levenstestament hebt, kunt u ook (nog) een wilsverklaring opstellen. Daarin legt u uw medische wensen vast, wat u op dat vlak wel en niet wilt. Bijvoorbeeld wel of geen reanimatie of euthanasie. Naast deze ontwerpen kunt u in dat verband nadenken en bepalen wat u wilt over een behandelverbod en het geven van een volmacht aan iemand die u vertrouwt voor het geval u zelf niet meer kunt beslissen.

Als u in een wilsverklaring opneemt dat u bepaalde handelingen niet wilt, moet een arts zich daaraan houden. In andere gevallen hoeft een arts zich er niet altijd aan te houden. Dat is bijvoorbeeld als u opschrijft dat u bepaalde behandelingen juist wel wilt, is de arts niet verplicht om dat op te volgen.

Wilt u meer weten over de nadere inhod van deze keuzes? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
30-01-2023

Mogelijkheden om nieuwe aandeelhouder in BV op te nemen

Startende ondernemers komen na verloop van een groeiperiode tot de conclusie dat er een of meer nieuwe aandeelhouders bij het bedrijf betrokken moeten worden. Dat kan zijn vanwege een investeerder die ook wat te zeggen wil hebben in de onderneming. Of omdat er iemand met specifieke kennis en kunde bij moet die de oprichter ook op langere termijn bij de onderneming betrokken wil houden. De vraag is in welke vorm dat het beste geregeld kan worden.

Een eerste gedachte van de ondernemers is vaak dat deze een deel van diens aandelen aan de beoogde aandeelhouder overdraagt. Daar hoort een koopprijs tegenover te staan, er vindt dan echter geen uitbreiding van het vermogen van de BV plaats, alleen de aandelenverhouding verandert.

Dat zet geen zoden aan de dijk als er meer kapitaal in de onderneming nodig is. Uitgifte van aandelen ligt in dat geval meer voor de hand.

Uitgifte van aandelen

Uitgifte van aandelen zorgt er voor dat de nieuwe aandeelhouder nieuwe aandelen in de BV krijgt. Daar staat een stortingsverplichting op de nieuwe aandelen in de vennootschap tegenover. De stortingsverplichting moet minimaal zo groot zijn als de nominale waarde van de nieuwe aandelen. Als er meer wordt betaald, wordt dat meerdere aangemerkt als agio en wordt geboekt als agioreserve.

Normaal gesproken hebben ook in de nieuwe situatie alle aandelen dezelfde aandeelhoudersrechten, zoals winst- en stemrechten. U kunt hiervan met statutaire bepalingen van afwijken. In de statuten moet dan omschreven worden welke verschillende soorten aandelen er zijn en welke rechten daaraan verbonden zijn.

In een aandeelhoudersovereenkomst kunnen de nieuwe aandeelhouder(s) en de ondernemer afspraken vastleggen over de toetredingsvoorwaarden. Het gaat dan bijvoorbeeld over de wijze van besluitvorming en de financiering van de onderneming.

Bij uitgifte van aandelen aan een nieuwe aandeelhouder wordt uw aandelenbelang kleiner. Dat heeft ook betekenis voor uw winst- en stemrechtverhouding en uw rechten op de agioreserve. Die zult u naar rato moeten delen met de nieuwe aandeelhouder. Als er sprake zal zijn van ongelijke agiostortingen waarbij het de bedoeling dat iedere aandeelhouder gerechtigd blijft tot het door hem of haar gestorte agio, kunt u dat regelen met specifieke aandelen waaraan afzonderlijke agioreserves zijn verbonden.

Ook de vorm van deelname van de nieuwe aandeelhouders is nog van belang. Dat kan in diens hoedanigheid als natuurlijk persoon (in privé), maar steeds vaker wordt via een persoonlijke holding van de nieuwe aandeelhouder gedaan. Dat heeft vooral fiscale voordelen.

(Bron: Ploum)

Lees meer
30-01-2023

Algemene volmacht soms ook na overlijden volmachtgever geldig

Ouders geven op latere leeftijd in veel gevallen een algemene volmacht af aan (een van de) kinderen of schoonkinderen die daarmee de belangen van die ouder kunnen behartigen. In sommige gevallen staat in de volmacht dat deze niet eindigt door het overlijden van de volmachtgever. Een dergelijke volmacht kan na overlijden alleen worden gebruikt als dat in het belang is van de gevolmachtigde of van een derde.

Zo kan een gevolmachtigde in die situatie bijvoorbeeld namens de overleden volmachtgever een geldlening verstrekken aan een derde. Zowel de erfgenamen als de lenende partij zijn dan gebonden aan de geldleningsovereenkomst die de gevolmachtigde namens de volmachtgever met die derde is. aangegaan. Belanghebbenden mogen ervan uitgaan dat de volmacht bedoeld is om een rechtshandeling in het belang van de gevolmachtigde of van een derde te doen.

De wet biedt geen mogelijkheid voor de erfgenamen of een derde om te stellen dat de volmacht na het overlijden van de volmachtgever niet had mogen worden gebruikt vanwege vermeende discrepantie met het wettelijke criterium voor het gebruik van de volmacht.

Het feit dat de volmacht niet eindigt door de dood betekent nog niet dat de volmacht ook onherroepelijk is. De erfgenamen hadden na de dood van de volmachtgever de volmacht op elk willekeurig moment kunnen herroepen. Als de erfgenamen dat niet voor de rechtshandeling hebben gedaan, blijft de volmacht geldig. Bovendien hebben erfgenamen nog de mogelijkheid om de bepaling dat de volmacht niet eindigt door de dood door de rechtbank te laten wijzigen of buiten werking te laten stellen. Zij moeten daar dan gewichtige redenen voor kunnen aanvoeren.

Wilt u meer weten over het geven van een algemene volmacht en de mogelijkheden daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak

Lees meer
23-01-2023

35% aandeel in woning geldt al als eigen woning

Een aandeel van 35% in een woning kan een eigen woning zijn, ook als de woning alleen bouwkundig, maar niet kadastraal gesplitst is. Dat blijkt uit een bevestigende uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarin twee echtparen een huis bewonen. Elk echtpaar bewoont een eigen deel, overeenkomend met het aandeel dat zij in de woning hebben.

De belastinginspecteur vond dat het aandeel van 35% in de woning volgens de inkomstenbelasting niet kwalificeert als een eigen woning. Het Hof bleek het daarmee niet eens, omdat de waardeontwikkeling van het deel dat de man en zijn echtgenote bewonen hen namelijk voor meer dan 50% aangaat.

De Hoge Raad stelt dat de woning slechts bouwkundig is gesplitst en de omvang van het door de betrokkenen bewoonde deel niet afwijkt van hun aandeel in de onverdeelde eigendom. Dat betekent dat hun aandeel in de waardeontwikkeling van de woning overeenkomt met een 100% belang in de waardeontwikkeling van het deel dat zij bewonen. De inspecteur heeft niet aangevoerd dat de waardeontwikkeling van het deel dat de man en zijn echtgenote bewonen hen voor minder dan 50% aangaat. De Hoge Raad is het daarom eens met het oordeel van Hof en stelt vast dat een bouwkundig gesplitst 35%-aandeel in een woning kwalificeert als eigen woning voor de eigenwoningregeling. Voor de toepassing van de eigenwoningregeling hoeft dan ook geen sprake te zijn van juridische eigendom. Economische eigendom volstaat ook.

Wilt u meer weten over de fiscale gevolgen van juridische dan wel economische eigendom van een onroerende zaak? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
23-01-2023

35% aandeel in woning geldt al als eigen woning

Een aandeel van 35% in een woning kan een eigen woning zijn, ook als de woning alleen bouwkundig, maar niet kadastraal gesplitst is. Dat blijkt uit een bevestigende uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarin twee echtparen een huis bewonen. Elk echtpaar bewoont een eigen deel, overeenkomend met het aandeel dat zij in de woning hebben.

De belastinginspecteur vond dat het aandeel van 35% in de woning volgens de inkomstenbelasting niet kwalificeert als een eigen woning. Het Hof bleek het daarmee niet eens, omdat de waardeontwikkeling van het deel dat de man en zijn echtgenote bewonen hen namelijk voor meer dan 50% aangaat.

De Hoge Raad stelt dat de woning slechts bouwkundig is gesplitst en de omvang van het door de betrokkenen bewoonde deel niet afwijkt van hun aandeel in de onverdeelde eigendom. Dat betekent dat hun aandeel in de waardeontwikkeling van de woning overeenkomt met een 100% belang in de waardeontwikkeling van het deel dat zij bewonen. De inspecteur heeft niet aangevoerd dat de waardeontwikkeling van het deel dat de man en zijn echtgenote bewonen hen voor minder dan 50% aangaat. De Hoge Raad is het daarom eens met het oordeel van Hof en stelt vast dat een bouwkundig gesplitst 35%-aandeel in een woning kwalificeert als eigen woning voor de eigenwoningregeling. Voor de toepassing van de eigenwoningregeling hoeft dan ook geen sprake te zijn van juridische eigendom. Economische eigendom volstaat ook.

Wilt u meer weten over de fiscale gevolgen van juridische dan wel economische eigendom van een onroerende zaak? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
23-01-2023

Arbeidsinkomen of ook vermogen uit BV verdelen bij echtscheiding

Wie bij het opmaken van huwelijkse voorwaarden ook een periodiek verrekenbeding wil opnemen, doet er goed aan het begrip inkomen goed te definiëren. In een periodiek verrekenbeding spreken echtgenoten af om periodiek (jaarlijks) de overgespaarde inkomsten met elkaar te zullen delen. Overgespaarde inkomsten zijn inkomsten die overblijven na voldoening van de kosten van de huishouding.

Belangrijk is om een goede administratie bij te houden en daadwerkelijk jaarlijks tot verrekening over te gaan en de berekening daarvan jaarlijks schriftelijk vast te leggen. Dat een goede formulering van de bedoelingen in de huwelijkse voorwaarden noodzakelijk is, blijkt uit de vele procedures die bij echtscheiding toch voor de rechter worden uitgevochten.

Een voorbeeld daarvan speelde onlangs bij de rechtbank Den Haag. Een man en vrouw waren onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met uitsluiting van elke huwelijksgoederengemeenschap. In de huwelijkse voorwaarden stond over de verdeling van de kosten van de huishouding dat deze kosten naar evenredigheid ten laste van de netto-inkomens van de man en de vrouw zouden komen. Ook stond er in dat onder netto-inkomen wordt verstaan de winst uit onderneming in de zin van de wetten op inkomstenbelasting respectievelijk loonbelasting. De winst bedraagt dan minimaal het zogenaamde gebruikelijke loon. Beide partners werkten vanuit ieders eigen BV.

Het echtpaar ging scheiden en de rechtbank bepaalde dat alleen de daadwerkelijk van de BV genoten arbeidsinkomsten tot het te verrekenen inkomen van de man behoren. De vrouw wilde ook het vermogen uit elkaars BV in de verrekening betrekken. Het stel had in hun huwelijkse voorwaarden bepaald dat het te verrekenen netto-inkomen uit de BV’s beperkt zou blijven tot het daadwerkelijk uit de BV genoten bedrag. Als er geen netto-inkomen kan worden bepaald, geldt het genoten dividend uit de BV als netto-inkomen.

Uit de redactie van de huwelijkse voorwaarden kon alleen maar worden opgemaakt dat zij bewust de in de BV’s opgepotte winsten wilden uitsluiten van het begrip netto-inkomen. De niet-uitgekeerde winsten van de BV’s kunnen daarom niet in de verrekening worden betrokken.

Wilt u meer weten over afspraken over wat bij echtscheiding precies in de verrekening moet worden meegenomen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
23-01-2023

Arbeidsinkomen of ook vermogen uit BV verdelen bij echtscheiding

Wie bij het opmaken van huwelijkse voorwaarden ook een periodiek verrekenbeding wil opnemen, doet er goed aan het begrip inkomen goed te definiëren. In een periodiek verrekenbeding spreken echtgenoten af om periodiek (jaarlijks) de overgespaarde inkomsten met elkaar te zullen delen. Overgespaarde inkomsten zijn inkomsten die overblijven na voldoening van de kosten van de huishouding.

Belangrijk is om een goede administratie bij te houden en daadwerkelijk jaarlijks tot verrekening over te gaan en de berekening daarvan jaarlijks schriftelijk vast te leggen. Dat een goede formulering van de bedoelingen in de huwelijkse voorwaarden noodzakelijk is, blijkt uit de vele procedures die bij echtscheiding toch voor de rechter worden uitgevochten.

Een voorbeeld daarvan speelde onlangs bij de rechtbank Den Haag. Een man en vrouw waren onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met uitsluiting van elke huwelijksgoederengemeenschap. In de huwelijkse voorwaarden stond over de verdeling van de kosten van de huishouding dat deze kosten naar evenredigheid ten laste van de netto-inkomens van de man en de vrouw zouden komen. Ook stond er in dat onder netto-inkomen wordt verstaan de winst uit onderneming in de zin van de wetten op inkomstenbelasting respectievelijk loonbelasting. De winst bedraagt dan minimaal het zogenaamde gebruikelijke loon. Beide partners werkten vanuit ieders eigen BV.

Het echtpaar ging scheiden en de rechtbank bepaalde dat alleen de daadwerkelijk van de BV genoten arbeidsinkomsten tot het te verrekenen inkomen van de man behoren. De vrouw wilde ook het vermogen uit elkaars BV in de verrekening betrekken. Het stel had in hun huwelijkse voorwaarden bepaald dat het te verrekenen netto-inkomen uit de BV’s beperkt zou blijven tot het daadwerkelijk uit de BV genoten bedrag. Als er geen netto-inkomen kan worden bepaald, geldt het genoten dividend uit de BV als netto-inkomen.

Uit de redactie van de huwelijkse voorwaarden kon alleen maar worden opgemaakt dat zij bewust de in de BV’s opgepotte winsten wilden uitsluiten van het begrip netto-inkomen. De niet-uitgekeerde winsten van de BV’s kunnen daarom niet in de verrekening worden betrokken.

Wilt u meer weten over afspraken over wat bij echtscheiding precies in de verrekening moet worden meegenomen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer

Hebt u een vraag? Bel ons vrijblijvend: 076 - 565 28 50

Volg ons