Nieuws

27-06-2022

In samenlevingscontract nadeel ten opzichte van huwelijk ondervangen

Samenwoners hebben in het vermogensrecht een fors nadeel ten opzichte van getrouwde stellen. Gehuwden wordt geen strobreed in de weg gelegd bij het zakelijk handelen met elkaar. Als samenwoners dat doen, kan het flink misgaan. Samenwoners hebben veel minder tijd om onderlinge schulden van elkaar op te eisen. Voor samenwoners is de verjaringstermijn voor opeisbaarheid aanzienlijk korter dan voor gehuwden.

In het algemeen is het zo dat wanneer partijen onderling financiële verplichtingen met elkaar aangaan, die handeling onder het vermogensrecht uit het Burgerlijk Wetboek valt. In een dergelijke overeenkomst worden afspraken opgenomen over de looptijd en mogelijk ook vanaf welk moment of onder welke omstandigheden de vordering opeisbaar wordt. Wettelijk geldt er een verjaringstermijn van vijf jaar. Dit is het regime waar samenwoners onder vallen.

Voor getrouwde stellen ligt dat anders. Zonder huwelijkse voorwaarden worden kosten naar evenredigheid gedragen. Als een partner meer heeft bijgedragen dan op grond van evenredigheid de norm is, kan hij of zij dat van de ander terugvorderen. Er geldt dan geen wettelijke verval- of verjaringstermijn. Dat mag wel geregeld worden in huwelijkse voorwaarden, wat ook vaak gebeurt. De vergoedingsrechten die ontstaan door meer dan evenredige bijdrage in kosten worden pas opeisbaar bij het einde van het huwelijk. Voor samenwoners is die verjaringstermijn vijf jaar na het ontstaan van de schuld. Daarna kan de schuld niet meer opgeëist worden.

In samenlevingscontract ondervangen

Het nadeel dat samenwoners ten opzichte van getrouwde stellen hebben kan worden ondervangen met afspraken in het samenlevingscontract. Uit diverse uitspraken van rechters blijkt dat het van cruciaal belang is dat de bedoelingen van partijen – in eigen woorden – ondubbelzinnig in het samenlevingscontract worden opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin de ene partner meer bijdraagt in de kosten van huishouding dan op basis van evenredigheid zou moeten. Of wanneer de ene partner meer aflost op de hypotheek voor een woning die gezamenlijk eigendom is. Ook denkbaar is een situatie waarin de ene partner investeert in de woning van de andere partner. In alle gevallen is het raadzaam om in het samenlevingscontract op te nemen wanneer dergelijke vorderingen opeisbaar zijn en na hoeveel jaar dat niet meer kan (verjaring).

Afspraak maken

Bent u samenwonend en wilt u dit nadeel opheffen? Bel ons voor een afspraak om de mogelijkheden van een nieuw samenlevingscontract of aanpassing van een bestaand contract te bespreken.

Lees meer
27-06-2022

Kabinet ziet geen dringende noodzaak voor afschaffing legitieme portie

(Bron KNB) De minister voor Rechtsbescherming, Franc Weerwind, ziet geen noodzaak om op korte termijn een principiële discussie aan te gaan over de afschaffing van de legitieme portie. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is een reactie op een oproep eerder dit jaar in een commissiedebat om de afschaffing van de legitieme portie voor te bereiden.

Aanleiding voor de oproep was het rapport van de Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen van begin 2021. Daaruit bleek dat in bepaalde juridische beroepsgroepen een grote meerderheid bestaat voor de afschaffing van de legitieme portie. Zo is – volgens het rapport – 76 procent van de (kandidaat-)notarissen hier voorstander van. Onder de Nederlandse bevolking zijn minder voorstanders te vinden: uit verschillende onderzoeken blijkt het aantal voorstanders te schommelen tussen de 22 en 43 procent.

Noodzaak

Volgens Weerwind blijkt dat er geen sprake is van ‘een dermate dringende en breed gedragen noodzaak noch van praktische problemen die ertoe nopen om op korte termijn in deze principiële discussie over te gaan tot afschaffing of wijziging van de legitieme portie.’

Erf- en schenkbelasting

In zijn brief gaat Weerwind ook in op de vraag om een andere fiscale behandeling van schenkingen en erfenissen van alleenstaanden. De mogelijke oplossingen zijn volgens Weerwind zo complex dat dit een fundamentele wijziging van de uitgangspunten voor het huidige stelsel zou betekenen. Het kabinet overweegt daarom momenteel geen wijziging van de schenk- en erfbelasting.

Lees meer
20-06-2022

Overdracht aandeel in firma vergt goedkeuring van alle vennoten

Wie zijn aandeel in een firma aan zijn kinderen wil overdragen en daarbij gebruik wil maken van de fiscaal gunstige bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) heeft daarvoor de goedkeuring nodig van alle overige vennoten. Ligt er één dwars, dan is er een probleem. De vraag is of u in een dergelijk geval de weigerende vennoot of vennoten via de rechter kunt dwingen om medewerking te verlenen.

Wie als vennoot een dergelijke overdracht van aandelen wil tegenhouden, moet aantonen dat daarmee de zittende vennoten worden beschermd tegen de komst van vennoten die het perspectief op voordeel uit de vennootschap vermindert. De bevoegdheid om medewerking te verlenen is echter wel doelgebonden. De vennoot mag een eigen inschatting makten van het effect van de toetreding of vervanging maar zal die bevoegdheid wel binnen de grenzen van doelgebondenheid moeten uitoefenen. Zo mag een weigerende vennoot zijn goedkeuring niet laten afhangen van een te treffen regeling waarin bijvoorbeeld meer rekening wordt gehouden met zijn belangen.

Meestal zijn firmanten ook investeerder in de onderneming en treden niet slechts op als vennoten namens de firma. Het belang en de reden om goedkeuring te verlenen of te onthouden moet daarom samenhangen met de bescherming van ieders economische positie binnen de firma. Als de argumenten en omstandigheden voor het weigeren van goedkeuring niets te maken hebben met de overdracht van aandelen, kan die weigering geen stand houden.

Wilt u meer weten over het overdragen van aandelen in een firma? Bel ons voor het maken van een afspraak

Lees meer
20-06-2022

Erfbelasting en WLZ-bijdrage besparen met testament

Erfgenamen van een overleden persoon betalen erfbelasting. U moet daartoe aangifte doen bij de Belastingdienst. De wet regelt hoeveel erfbelasting u betaalt, maar daar kunt u met slimme regelingen vooraf weer veel geld besparen. Hoe werkt dat?

Niet alleen besparing op erfbelasting is voor velen een goede reden om een testament te maken, ook het voorkomen dat het vermogen slinkt door de hoge bijdrage die op grond van de Wet langdurige zorg (WLZ) bij opname in een verzorgingshuis betaald moet worden.

Erfbelasting speelt een rol bij het overlijden van beide partners in een relatie, bij eerste overlijden en bij het overlijden van de langstlevende. In toenemende mate worden in testamenten ook executeurs benoemd, vertrouwenspersonen die belast worden met het afwikkelen van de erfenis. Daarmee wordt bereikt dat de afwikkeling vlotter verloopt dan wanneer erfgenamen gezamenlijk besluiten over de afwikkeling moeten nemen. Bovendien voorkomt het in de meeste gevallen familieruzies. De wettelijke taken van een executeur zijn het beheren van de nalatenschap en het voldoen van de schulden van de nalatenschap. Het beheer begint met het maken van een boedelbeschrijving, een overzicht van de bezittingen en schulden. De executeur moet dit overzicht aan de erfgenamen verstrekken.

Wij stemmen alle clausules die van belang zijn in het testament op elkaar af, voor de erfbelasting bij beide overlijdens, beperken van de eigen bijdrage voor langdurige zorg en de benoeming van een executeur. Bij de bespreking over het testament adviseren wij ook het opstellen van een levenstestament, waarin u regelt wie voor u welke beslissingen mag nemen als u niet meer in staat bent om zelf uw wil te bepalen.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden die een testament en een levenstestament u bieden? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
13-06-2022

Zonder partnertestamenten biedt samenlevingscontract beperkt bescherming bij hypoheek

Steeds meer stellen kiezen niet meer voor een huwelijk of een geregistreerd partnerschap maar gaan samenwonen. Zeker wanneer er sprake is van een eigen woning, is het hebben van een goed samenlevingscontract, liefst in combinatie met partnertestamenten van groot belang. Zo kunnen bijvoorbeeld met een verblijvingsbeding onvoorziene situaties worden voorkomen.

In nagenoeg elk samenlevingscontract wordt een zogenaamd verblijvingsbeding opgenomen. Dit is een regeling over gezamenlijk bezit in geval van overlijden van een partner. Hoe pakt deze bepaling uit als er een eigenwoningschuld / hypotheek is aangegaan? Veel samenwoners hebben samen een woning gekocht, deels met eigen geld en voor het overige met een aflossingsvrije hypotheek. In de meeste gevallen wordt dan bij de aankoop gelijk een notariële samenlevingsovereenkomst met daarin opgenomen een verblijvingsbeding opgesteld en getekend. Wat kan er gebeuren als er dan niet tegelijk een wederzijds partnertestament is gemaakt. Hoe werkt het verblijvingsbeding als in dat geval één van hen komt te overlijden?

In een verblijvingsbeding wordt geregeld dat goederen die gemeenschappelijk eigendom zijn na het overlijden van één van de partners eigendom wordt van de langstlevende partner. Daarbij geldt doorgaans de voorwaarde dat de gezamenlijke schulden moeten worden overgenomen. Bij overlijden van de vrouw, gaat haar aandeel in de woning met de bijbehorende hypotheek naar de man.

Er zijn nog veel mensen met een aflossingsvrije hypotheek. Tegenwoordig moet er op elke afgesloten hypotheek ook worden afgelost. Als een aflossingsvrije hypotheek bijvoorbeeld in 2012 is afgesloten, is er sprake van een eigenwoningschuld die tegenwoordig valt onder het overgangsrecht voor een zogeheten bestaande eigenwoningschuld. Een dergelijke eigenwoningschuld valt fiscaal in box 1, waardoor de rente fiscaal aftrekbaar is.

Overgangsrecht niet van toepassing

Echter, als na overlijden van een van de partners, de ander op grond van het verblijvingsbeding het overgenomen (verblijvende) deel van de lening overneemt, is daarop het overgangsrecht niet van toepassing. Het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden kan tussen partners wel gelden op grond van een verkrijging via het erfrecht (dus via een partnertestament). Zonder aanpassing van de lening is voor dit gedeelte sprake van een box 3-schuld waarover de rente niet fiscaal aftrekbaar is. Als achtergebleven partner de rente toch wil aftrekken, zal de aflossingsvrije lening voor de helft moeten worden omgezet in een lening die in 30 jaar wordt afgelost waardoor de bruto maandlasten aanzienlijk zullen stijgen. Als de partner de woning en de hypotheek niet op grond van een verblijvingsbeding maar op grond van een testament had verkregen, had de hele hypotheek aflossingsvrij kunnen doorlopen onder de oude fiscale regels en is aanpassing niet nodig.

De wettelijke regeling houdt in dat het overgangsrecht voor oude hypotheken van toepassing is als een schuld overgaat door boedelmenging via voltrekking van een huwelijk/geregistreerd partnerschap, door aangaan of wijziging van huwelijkse voorwaarden, of op basis van erfrecht.

De moraal van dit verhaal is dat het van groot belang is voor samenwoonstellen zich goed te laten informeren. Een samenlevingsovereenkomst is niet voldoende voor een optimale regeling. De kosten van twee partnertestamenten vallen in het niet bij het fiscale nadeel van een verkeerde regeling.

Lees meer
13-06-2022

Wie BV erft betaalt erf- en inkomstenbelasting

Wie een Besloten Vennootschap erft, betaalt natuurlijk erfbelasting. U erft immers een vermogensbestanddeel. De aandelen in de Besloten Vennootschap vertegenwoordigen een waarde en die waarde moet worden opgenomen in de aangifte erfbelasting.

Als er sprake is van een materiële onderneming, een onderneming waarmee wordt deelgenomen aan het handelsverkeer, dan kunt u in sommige gevallen gebruik maken van een regeling die betekent dat u minder of geen erfbelasting hoeft te betalen. Die regeling is de BOR, of wel de Bedrijfsopvolgingsregeling.

Als er geen materiële onderneming is, maar uitsluitend een houdstermaatschappij, een Besloten Vennootschap die geen activiteiten (meer) verricht dan kunt u geen beroep doen op de BOR.

Fictieve verkrijging

Bij het overlijden van een directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt die dga voor de inkomstenbelasting geacht de aandelen fictief te hebben vervreemd. Dat betekent dat er naast de te betalen erfbelasting ook nog inkomstenbelasting verschuldigd is. Doordat de aandelen fictief geacht worden te zijn vervreemd moet er worden afgerekend over de waarde van de aandelen minus de verkrijgingsprijs. De inkomstenbelasting in Box 2 (aanmerkelijk belangheffing) bedraagt 26,9%.

Als er op de balans van de Besloten Vennootschap een reserve van bijvoorbeeld € 300.000 staat, waartegenover een rekeningcourantverhouding staat van eenzelfde bedrag staat dan betekent dat dat er bij overlijden ruim € 75.000 aan inkomstenbelasting verschuldigd is. Het meest vervelende aan deze situatie is dan dat er wel inkomstenbelasting verschuldigd is, maar er geen geld in de Besloten Vennootschap is om de inkomstenbelasting mee te betalen.

De inkomstenbelasting is overigens ook verschuldigd als de aandelen in de Besloten Vennootschap worden verkocht of de Besloten Vennootschap wordt opgeheven.

Lees meer
06-06-2022

Zonder partnertestamenten biedt samenlevingscontract beperkt bescherming bij hypoheek

Steeds meer stellen kiezen niet meer voor een huwelijk of een geregistreerd partnerschap maar gaan samenwonen. Zeker wanneer er sprake is van een eigen woning, is het hebben van een goed samenlevingscontract, liefst in combinatie met partnertestamenten van groot belang. Zo kunnen bijvoorbeeld met een verblijvingsbeding onvoorziene situaties worden voorkomen.

In nagenoeg elk samenlevingscontract wordt een zogenaamd verblijvingsbeding opgenomen. Dit is een regeling over gezamenlijk bezit in geval van overlijden van een partner. Hoe pakt deze bepaling uit als er een eigenwoningschuld / hypotheek is aangegaan? Veel samenwoners hebben samen een woning gekocht, deels met eigen geld en voor het overige met een aflossingsvrije hypotheek. In de meeste gevallen wordt dan bij de aankoop gelijk een notariële samenlevingsovereenkomst met daarin opgenomen een verblijvingsbeding opgesteld en getekend. Wat kan er gebeuren als er dan niet tegelijk een wederzijds partnertestament is gemaakt. Hoe werkt het verblijvingsbeding als in dat geval één van hen komt te overlijden?

In een verblijvingsbeding wordt geregeld dat goederen die gemeenschappelijk eigendom zijn na het overlijden van één van de partners eigendom wordt van de langstlevende partner. Daarbij geldt doorgaans de voorwaarde dat de gezamenlijke schulden moeten worden overgenomen. Bij overlijden van de vrouw, gaat haar aandeel in de woning met de bijbehorende hypotheek naar de man.

Er zijn nog veel mensen met een aflossingsvrije hypotheek. Tegenwoordig moet er op elke afgesloten hypotheek ook worden afgelost. Als een aflossingsvrije hypotheek bijvoorbeeld in 2012 is afgesloten, is er sprake van een eigenwoningschuld die tegenwoordig valt onder het overgangsrecht voor een zogeheten bestaande eigenwoningschuld. Een dergelijke eigenwoningschuld valt fiscaal in box 1, waardoor de rente fiscaal aftrekbaar is.

Overgangsrecht niet van toepassing

Echter, als na overlijden van een van de partners, de ander op grond van het verblijvingsbeding het overgenomen (verblijvende) deel van de lening overneemt, is daarop het overgangsrecht niet van toepassing. Het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden kan tussen partners wel gelden op grond van een verkrijging via het erfrecht (dus via een partnertestament). Zonder aanpassing van de lening is voor dit gedeelte sprake van een box 3-schuld waarover de rente niet fiscaal aftrekbaar is. Als achtergebleven partner de rente toch wil aftrekken, zal de aflossingsvrije lening voor de helft moeten worden omgezet in een lening die in 30 jaar wordt afgelost waardoor de bruto maandlasten aanzienlijk zullen stijgen. Als de partner de woning en de hypotheek niet op grond van een verblijvingsbeding maar op grond van een testament had verkregen, had de hele hypotheek aflossingsvrij kunnen doorlopen onder de oude fiscale regels en is aanpassing niet nodig.

De wettelijke regeling houdt in dat het overgangsrecht voor oude hypotheken van toepassing is als een schuld overgaat door boedelmenging via voltrekking van een huwelijk/geregistreerd partnerschap, door aangaan of wijziging van huwelijkse voorwaarden, of op basis van erfrecht.

De moraal van dit verhaal is dat het van groot belang is voor samenwoonstellen zich goed te laten informeren. Een samenlevingsovereenkomst is niet voldoende voor een optimale regeling. De kosten van twee partnertestamenten vallen in het niet bij het fiscale nadeel van een verkeerde regeling.

Lees meer
06-06-2022

Bij herroeping van schenking is redelijkheid en billijkheid maatgevend

De afgelopen jaren hebben veel ouders gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een of meer van hun kinderen de belastingvrije € 100.000 te schenken voor aanschaf of verbouwing van hun huis. Net als in andere schenkingsakten is daarin meestal een herroepingsclausule opgenomen. Een beroep op een herroepingsclausule is wel aan regels van redelijkheid en billijkheid gebonden.

Kan een schenker een dergelijke schenking met een beroep op een herroepingsclausule bijvoorbeeld terugvorderen van de erfgenamen als de ontvanger binnen niet al te lange tijd na de schenking overlijdt? Dan zijn op grond van de wet diens echtgenote en zijn kinderen zijn rechtsopvolgers, met alle rechten en plichten die daarbij horen, ook die uit de schenkingsovereenkomst voortvloeien.

In een schenkingsovereenkomst gaat het bovendien een geldsom en niet om het leveren van een persoonlijke prestatie die niet door anderen uitgevoerd kan worden.

Een herroepingsclausule is geldig, behalve als gebruikmaking daarvan niet redelijk of billijk is. Als, zoals in het voorbeeld, als voorwaarde voor de schenking geldt dat het geld besteed wordt aan het verbouwen of verbeteren van het huis van de ontvanger, en als aan die voorwaarde is voldaan, is het niet redelijk en billijk om het geld terug te vragen.

Voor de schenker is het van belang om in de akte aan te geven waarom een herroepingsrecht is opgenomen, in welke situatie en hoe lang dit recht na de schenking kan worden ingeroepen. Daarmee is voor iedere betrokkene duidelijk of en wanneer er terugbetaald zou moeten worden.

Lees meer

Hebt u een vraag? Bel ons vrijblijvend: 076 - 565 28 50

Volg ons