Nieuws

26-07-2021

Online oprichting bv belangrijke stap in modernisering ondernemingsrecht

(Bron KNB) De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) vinden online oprichting van bv’s een belangrijke stap in de modernisering van het ondernemingsrecht in Nederland. Dit schrijven de KNB en de GCV in reactie op de consultatie over het voorontwerp online oprichting bv’s.

Door de keuze om de rol van de notaris te handhaven bij de oprichting van een bv en een centraal passeersysteem te introduceren, onderstreept het ministerie van Justitie en Veiligheid het belang van rechtszekerheid, rechtsbescherming en het voorkomen van fraude en criminaliteit. Dat schrijft de KNB in haar reactie (pdf, 207 kB) op de consultatie. Met deze ontwikkeling wordt een eerste concrete stap gezet in de richting van verdere digitalisering van de verschillende typen notariële akten. Daarmee wordt een fundament gelegd voor een modern en duurzaam notariaat.

Juiste keuze

De GCV vindt handhaving van notariële tussenkomst voor de online oprichting van een bv een juiste keuze. De commissie onderschrijft de argumenten (rechtszekerheid, rechtsbescherming van partijen en bestrijding van criminaliteit) die daarvoor worden genoemd in de concepttoelichting. De GCV maakt in haar advies diverse opmerkingen over het voorontwerp. De commissie zou bijvoorbeeld graag zien dat de oprichtingsakte ook in een andere taal dan het Nederlands kan worden gepasseerd.

Lees meer
19-07-2021

Voogdijbenoeming in testament alleen mogelijk voor ouders

Voor minderjarige kinderen wiens ouders beide overleden zijn en er geen testamentaire voogdijaanwijzing van de ouders aanwezig is, benoemt de rechter vaak een familielid als voogd. De vraag is of die benoemde voogd in zijn of haar testament weer een opvolgend voogd over het kind kan benoemen.

Een dergelijke testamentaire benoeming kan geen rechtsgevolg hebben. Immers, het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat (alleen) een ouder de mogelijkheid heeft om een voogd over zijn of haar minderjarige kinderen aan te wijzen. Het is niet mogelijk dat iemand anders die aanwijzing in een testament doet. Als de rechter vervolgens constateert dat er om die reden geen ouderlijk gezag over het kind wordt uitgeoefend en dat er géén geldige testamentaire voogdij is, moet de rechter ambtshalve een voogd benoemen. Dat zal in veel gevallen een gecertificeerde instelling worden. Wilt u dit voorkomen, dan is het zaak om de voogdij over uw minderjarige kinderen goed te regelen.

Wilt u meer weten over gezag en voogdij? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
12-07-2021

BV oprichten uitkomst voor veel ondernemers

Eenmanszaken worden steeds vaker omgezet in een besloten vennootschap (BV). Dat blijkt de laatste maanden telkens opnieuw uit gegevens van de Kamer van Koophandel. De coronacrisis is daar mede debet aan. Die levert voor veel ondernemers de nodige onzekerheid op. Met een BV willen ondernemers hun privévermogen veilig stellen.

In de rechtsvorm eenmanszaak is de ondernemer hoofdelijk aansprakelijk met zijn of haar vermogen. Dat kan worden voorkomen in een BV. Er zijn echter meer aandachtspunten bij het oprichten van een BV, zoals het storten van een startkapitaal. Dat mag elk gewenst bedrag zijn, maar niet nul. Daarnaast moet de ondernemer een deugdelijke administratie voeren en jaarlijks de jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel.

Oprichting

Een BV kan alleen bij de notaris worden opgericht. Wij stellen de oprichtingsakte op, waarin ook de statuten worden opgenomen. Daarin staan de regels en bepalingen van het bedrijf opgenomen, zoals bedrijfsnaam, vestigingsplaats, doel, regels over aandelen, besluitvorming en ontbinding.

Zijn wij daarmee gestart kunt u namens de BV in oprichting al rechtshandelingen verrichten, die u na het ondertekenen van de oprichtingsakte moet bekrachtigen. Zolang de bekrachtiging nog niet is gebeurd blijft u hoofdelijk aansprakelijk voor de gepleegde rechtshandelingen.

Lees meer
05-07-2021

Nieuwe wet en regelgeving personenvennootschappen.

Het moet voor ondernemers makkelijker worden om een bedrijf te starten en te exploiteren. Daartoe treedt – als de wet zal zijn aangenomen – in de loop van dit jaar waarschijnlijk de Wet modernisering personenvennootschappen in werking. De nieuwe wet heeft betrekking op de commanditaire vennootschap, de vennootschap onder firma, de maatschap, verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen.

De huidige regels voor personenvennootschappen, waarvan een gedeelte bestaat uit regels uit 1839, worden gemoderniseerd. Hoewel dit zeker niet de eerste keer is dat geprobeerd wordt deze wetgeving te moderniseren, lijkt deze nieuwe poging meer kans van slagen te hebben dan de voorgaande pogingen. Dat komt vooral doordat er wordt uitgegaan van de huidige, reeds bestaande wetgeving die wordt vereenvoudigd.

Het verschil tussen de maatschap en de vennootschap onder firma komt te vervallen, (register)goederen kunnen eenvoudig op naam van de vennootschap worden gezet, er kan makkelijker in en uit worden getreden. Uittreding leidt niet meer tot ontbinding van de vennootschap en er is geen verschil meer tussen beroep- en bedrijfsactiviteiten.

De vennootschap bestaat net als nu uit vennoten die zich naar elkaar toe verplichten iets in te brengen met als doel samen het resultaat te behalen. De inbreng kan bestaan uit goederen, maar ook uit arbeid.
Er komt meer zekerheid voor schuldeisers, nu toekenning van rechtspersoonlijkheid betekent dat het veel eenvoudiger is te controleren wat de vennootschap op naam heeft. Als de vennootschap niet aan haar verplichtingen kan voldoen, zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk. De aansprakelijk kan worden beperkt tot de vennoot aan wie de opdracht is gegeven. De aansprakelijkheid van een vennoot is beperkt tot vijf jaar na het uittreden.

Spannend is of dit voorstel het nu echt gaat halen, het vorige voorstel tot vernieuwing is in 2011 gesneuveld. Het ziet er echter naar uit dat het dit keer wel gaat lukken. Wilt u er meer over weten? Bel ons voor een afspraak.

Lees meer
28-06-2021

Grotendeels gesloopte woning valt bij verkoop onder 2% tarief overdrachtsbelasting

Kan een huis dat grotendeels is gesloopt bij koop/verkoop nog worden aangemerkt als woning? Die vraag is vooral van belang als op de plek van het huis een andersoortig pand wordt gebouwd. Het antwoord op die vraag is van belang voor de hoogte van de overdrachtsbelasting, 2 of 8%.

Voor de fiscus zal de sloop kunnen aangrijpen om te concluderen dat de oorspronkelijke woonfunctie niet meer van toepassing is en daarom 8% overdrachtsbelasting wil heffen. De rechter is echter gehouden aan een zo objectief mogelijke beoordeling, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de kenmerken van het bouwwerk. Met welk doel bijvoorbeeld is het pand oorspronkelijk ontworpen en gebouwd? Als het pand oorspronkelijk als woning is ontworpen en gebouwd en daarna alleen maar een woonbestemming heeft gehad en dat het - ook als is het in grotendeels gesloopte toestand – bij verkoop nog steeds bestond, dan is het een woning in de zin van de wet. De toekomstige bestemming van het pand is dan voor de rechter niet meer relevant.

De aard van een pand gaat niet verloren door gedeeltelijke sloop, schade of verval. Het maakt niet uit of het pand niet meer werd bewoond of onbewoonbaar was op het moment van verkoop. Hiermee wordt aangesloten bij een arrest van de Hoge Raad waarin staat dat de verkrijging van sloopwoningen, gestripte woningen en cascowoningen “gefaciliteerd is als de bouwkundige aard (ontwerp, structuur, indeling) van het te slopen of te bouwen object maar zodanig is dat daaruit objectief een woonfunctie volgt”. Daarmee is op de (ver)koop van dergelijke panden het lage overdrachtsbelastingtarief van 2% van toepassing.

Wilt u meer weten over alle haken en ogen bij het kopen van een huis? Bel ons voor het maken van een afspraak..

Lees meer
21-06-2021

Consultatie digitale oprichting bv gestart

(Bron KNB) Het digitaal oprichten van een bv gebeurt met een digitale notariële akte. Dit staat in het conceptwetsvoorstel digitale oprichting bv dat dinsdag voor consultatie is gepubliceerd. De oprichters hoeven hiervoor niet fysiek bij de notaris te komen, maar kunnen dit door middel van een digitale audio-videoverbinding doen. Identificatie vindt plaats met een digitaal identificatiemiddel. Er wordt ondertekend met een digitale handtekening.

De digitale notariële akte wordt geregeld in de Wet op het notarisambt. Deze kan in eerste instantie alleen worden gebruikt voor digitale oprichting van bv’s en kan ook op basis van een digitale volmacht worden gepasseerd. Voor de oprichting kan gebruik worden gemaakt van een modelakte van oprichting. Deze wordt door het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aangewezen. De digitale notariële akte is met dezelfde waarborgen omkleed als de papieren notariële akte.

Digitaal passeren

Volgens het conceptwetsvoorstel moet de notaris zijn aangesloten op een speciaal – door de KNB beheerd – systeem voor gegevensverwerking. Via dit systeem of centraal passeerplatform verschijnt de cliënt online voor de notaris door middel van een digitale audio-videoverbinding. Ook vindt via dit systeem digitale identificatie plaats en wordt digitaal ondertekend. Nadat een digitale akte is gepasseerd, moet deze bij de KNB digitaal worden bewaard als onderdeel van het protocol van de notaris.

Digitale identificatie en ondertekening

Om ervoor te zorgen dat het digitaal identificeren van de bv-oprichters betrouwbaar is, moet dit gebeuren met een digitaal identificatiemiddel met betrouwbaarheidsniveau hoog, zoals bedoeld in de eIDAS-verordening. Ook betrouwbare digitale ondertekening is van belang. In het conceptwetsvoorstel staat dat ondertekening moet gebeuren met een digitale handtekening. Bij verordening worden nadere regels gesteld ten aanzien van deze digitale handtekening. De KNB wil een gekwalificeerde digitale handtekening als bedoeld in de eIDAS-verordening voorschrijven.

Uitstel

Vanaf 1 augustus 2021 moet het volgens een Europese richtlijn mogelijk zijn volledig online een bv op te richten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft onlangs uitstel gevraagd en gekregen voor de invoering hiervan. Wanneer het digitaal oprichten van een bv nu ingaat is nog niet duidelijk, maar de KNB gaat door met ontwikkelen en zorgt dat het centraal passeerplatform op 1 augustus 2021 klaar is. Op die manier kan op elk moment worden gestart. U kunt uw reactie op het voorontwerp inleveren tot uiterlijk 12 juli 2021.

Lees meer
14-06-2021

Vrij uitzicht is onvoldoende om weilanden aan te merken als aanhorigheden

Sinds 1 januari 2021 kennen we voor kopers onder de 35 jaar van een woning de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Sinds 1 april 2021 moet de koopsom lager zijn dan € 400.000,-. De tarieven zijn dan: starter 0%, koper boven 35 jaar 2%, belegger 8%. Dit zorgt in de praktijk regelmatig voor verwarring.

De vrijstelling kan ook van toepassing zijn op de verkrijging van aanhorigheden die tot een woning-hoofdverblijf behoren mits deze op dezelfde dag als de woning worden verkregen. Aanhorigheden zijn bijvoorbeeld een schuur, garage of land? De waarde hiervan hoort bij de waarde van uw eigen woning. Volgens de wetsgeschiedenis waarbij het verlaagde overdrachtsbelastingtarief vanaf 2013 werd uitgebreid tot alle aan de woning behorende aanhorigheden, wordt met het begrip ‘aanhorigheden’ aangesloten bij de uitgangspunten die gelden voor de eigenwoningregeling in de inkomstenbelasting. Of sprake is van een aanhorigheid is feitelijk. De uitleg van het begrip heeft zich in de jurisprudentie voldoende ontwikkeld.

Recent heeft Hof Den Bosch zich uitgesproken over de vraag of twee percelen weiland als een aanhorigheid bij een eigen woning konden worden aangemerkt. De weilanden zijn van de woning gescheiden door een openbare weg en een sloot. De eigenaar meende dat de weilanden behoren bij zijn eigen woning omdat zij samen met de eigen woning een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet vormen. De weilanden zijn op beperkte afstand van de woning gelegen en vanaf de woning eenvoudig te bereiken. Daarnaast stelde de eigenaar dat de weilanden dienstbaar zijn aan de eigen woning omdat die percelen het vrije uitzicht van de eigen woning garanderen en zo een verhoging van de waarde van de woning en van het woongenot oplevert.

Het Hof heeft het betoog van de eigenaar afgewezen. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een aanhorigheid is van belang of de percelen weiland behoren bij de eigen woning, daarbij in gebruik zijn en daaraan dienstbaar zijn. Alleen als aan deze drie eisen is voldaan, is sprake van een aanhorigheid in de zin van de wet. Tussen partijen is niet in geschil dat het woonperceel als eigen woning in de zin van de wet kan worden aangemerkt en dat de weilanden bij die eigen woning in gebruik zijn. Het geschil spitst zich derhalve toe op het antwoord op de vraag of de weilanden behoren bij de eigen woning en daaraan dienstbaar zijn.

Het Hof beantwoordt die vraag ontkennend. Tot de functies van de woning behoren niet alleen het bieden van beschermde gelegenheid tot het slapen, eten/drinken en verblijf, maar ook het bieden van de mogelijkheid om één of meer auto’s te stallen, het bieden van algemene opslagruimte en het bieden van gelegenheid tot het uitoefenen van hobby’s, dit volgens eerdere uitspraken. De eigenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de weilanden verband houden met de functies van de eigen woning.

De enkele omstandigheid dat die percelen het vrije uitzicht vanuit de woning garanderen en dat dit het woongenot verhoogt, is daarvoor onvoldoende. De verhoging van het woongenot is een subjectieve omstandigheid en betekent niet dat de percelen in objectieve zin functioneel dienstbaar zijn aan de woning. De vraag of de weilanden behoren bij de woning hoeft derhalve niet meer te worden beantwoord. Helaas voor deze koper was hierdoor het hoge tarief voor de overdrachtsbelasting van 8% van toepassing.

Wil u dit soort verassingen voorkomen? Bel ons dan voor een afspraak.

Lees meer
14-06-2021

Effecten van samenlevingsvormen verschillen

Het is al lang geleden dat alleen het huwelijk als samenlevingsvorm werd geaccepteerd, niet alleen in de samenleving maar ook in de wet. Tegenwoordig valt er te kiezen uit een scala aan mogelijkheden. Juridisch worden deze verschillende vormen herleid naar vier mogelijkheden. Naast het traditionele huwelijk zijn dat partnerschapsregistratie en het sluiten van een samenlevingscontract en het samenwonen zonder contract.

Veel zaken binnen deze vier vormen zijn op grond van de wet geregeld. Niet alles dus. Zo kan je zelf aanvullende, niet in de wet geregelde wensen en afspraken vastleggen in huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden of in een samenlevingscontract. Bijvoorbeeld over regelingen als huwelijk, partnerschap of samenwonen eindigt, door overlijden of beëindiging van de relatie. Wat zijn dan rechten en plichten? Wat kan je regelen om de fiscus zo min mogelijk te financieren?

Bij de keuze om al dan niet huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden of een samenlevingscontract af te sluiten kunnen emotionele motieven de doorslag geven. Wij nemen u graag mee langs alle relevante informatie en mogelijke keuzes met de daaraan verbonden gevolgen op alle terreinen. In grote lijnen hebben de drie contractsvormen fiscaal dezelfde gevolgen. Ingeval van samenwonen zijn echter alimentatierechten en -plichten niet geregeld, met alle nadelige gevolgen voor een van beiden. Bij samenwonen zonder contract en testament zijn eigen kinderen enig erfgenaam. De langstlevende partner krijgt dan niets. Ook bij huwelijk en partnerschap is een testament eigenlijk noodzakelijk, bijvoorbeeld om voogdij te regelen, een bewindvoerder of en executeur aan te stellen, om ter regelen dat er vermogen na overlijden alleen de eigen kinderen ten goede komt en niet moet worden gedeeld met ex-partners.

Kortom, voldoende redenen om een afspraak te maken om alle mogelijkheden na te lopen. Heeft u vragen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer

Hebt u een vraag? Bel ons vrijblijvend: 076 - 565 28 50

Volg ons