Het notariskantoor in Breda voor particulier en ondernemer

We leven in een onvoorspelbare tijd. Juist dan is het belangrijk om uw zaken goed te regelen. Voor uzelf, uw geliefden, uw huis, uw vermogen of uw onderneming. Linders notarissen staat voor u klaar, met een luisterend oor en kennis en kunde van alle notariële vakgebieden. Zorg voor zekerheid, ook in onzekere tijden.

Waar kunnen we u mee helpen?

Relatie & familie

Huwelijk; geregistreerd partnerschap; samenlevingscontract; testament; levens-testament > Lees meer

Huis & hypotheek

Huis kopen; hypotheek en geldleningsovereenkomst; nieuwbouw; appartementsrecht; veiling > Lees meer

Estate planning & erfenis

Estate planning en testament; huwelijkse voorwaarden; schenking; afwikkeling nalatenschap > Lees meer

Onderneming & rechtspersonen

Oprichten; wijziging statuten; bedrijfsovername, -opvolging en inbreng; aandelenoverdracht > Lees meer

Zakelijk vastgoed

Bedrijfspand kopen; fiscale begeleiding bedrijfsonroerendgoed > Lees meer

Nieuws

27-09-2021

Vastgoedsector ontwikkelt een digitale koopovereenkomst voor huizenkopers

(bron KNB) Een digitale koopovereenkomst, dat is het eerste resultaat van de afspraken die de vastgoedsector heeft gemaakt binnen samenwerkingsverband Zorgeloos Vastgoed. Ook de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) is aangesloten bij Zorgeloos Vastgoed. Donderdag heeft Eric Jan van Kempen, Directeur Generaal Wonen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het afsprakenstelstel Zorgeloos Vastgoed in ontvangst genomen.

Zorgeloos Vastgoed zorgt ervoor dat kopers en verkopers veilig, efficiënt en accuraat digitaal informatie kunnen uitwisselen met andere partijen. Van makelaar tot financieel adviseur, van geldverstrekker tot notaris. Annerie Ploumen, voorzitter van de KNB: 'Met Zorgeloos Vastgoed zetten we de consument centraal. Met onze samenwerking hebben we ketenbrede afspraken gemaakt over hoe we gegevens uit gaan wisselen. Straks zit je als consument aan het roer en weet je precies wie welke gegevens van je heeft en hoe je je rechten kunt uitoefenen.'

Regie over data

Nu alle afspraken op papier staan, gaan marktpartijen aan de slag. Zij digitaliseren de koopovereenkomst volgens de afspraken waardoor kopers en verkopers de gegevens branchebreed kunnen delen. Zo houdt de consument overzicht en grip en hoeft het document niet meer steeds te worden gekopieerd en rondgestuurd. Directeur Generaal van het Ministerie van BZK, Eric Jan van Kempen, was dan ook verheugd het afsprakenstelsel in ontvangst te kunnen nemen: 'De sector heeft hiermee niet alleen een belangrijke stap gezet om het kopen van een woning makkelijker, betrouwbaarder en transparanter te maken, maar de aanpak past ook heel goed bij de ambitie van de minister van BZK om burgers meer regie over de uitwisseling van zijn persoonlijke data te geven.'

Lees meer
27-09-2021

Niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding kan vervelende gevolgen hebben

Partners kunnen eenvoudig afspreken dat wat zij van hun inkomen overhouden nadat de kosten van de huishouding zijn betaald, periodiek tussen beiden wordt verdeeld. Dat noemen we een periodiek verrekenbeding. In de praktijk wordt een periodiek verrekenbeding tussen echtgenoten, geregistreerd partners of samenwoners niet altijd uitgevoerd. Dan komt de vraag naar voren wie waar recht op heeft. Hieronder komt aan de orde of de wettelijke regels omtrent een niet uitgevoerd verrekenbeding ook van toepassing zijn op samenwoners.

Bewijsvermoeden bij echtgenoten

Indien echtgenoten niet periodiek hebben verrekend zoals in hun huwelijkse voorwaarden werd afgesproken, speelt bewijsvermoeden een belangrijke rol. Het bewijsvermoeden gaat ervan uit dat het bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit verrekenbaar vermogen.

Dit bewijsvermoeden brengt mee dat de tot verrekening gerechtigde echtgenoot in beginsel kan volstaan met te stellen en aannemelijk te maken dat de andere echtgenoot op de peildatum bepaalde vermogensbestanddelen heeft. Het ligt dan op de weg van de andere echtgenoot om te stellen en zo nodig te bewijzen dat het op de peildatum aanwezige vermogen, of bepaalde bestanddelen daarvan, niet is gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden.

Ook bewijsvermoeden bij samenwoners?

Na verbreking van de samenwoning ontstond tussen twee voormalige samenwoners een meningsverschil over de gevolgen van het door hun niet-nagekomen periodiek verrekenbeding dat was opgenomen in hun notariële samenlevingsovereenkomst. In tegenstelling tot de man was de vrouw van mening dat de wettelijke regeling over bewijsvermoeden hier analoog moet worden toegepast en dat dus het gehele vermogen van de man in de verrekening moet worden betrokken.

De Rechtbank Den Haag overwoog dat de wettelijke regeling over bewijsvermoeden is geschreven voor de situatie dat partijen zijn getrouwd op huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding. Het artikel is de wettelijke vastlegging van de uitleg van verrekenbedingen die door de Hoge Raad daaraan in een reeks van uitspraken is gegeven. De uitleg van de Hoge Raad is daarmee nog steeds van belang, ook voor samenwoners. Ten aanzien van een periodiek verrekenbeding werd door de Hoge Raad overwogen:“Laten partijen tijdens het bestaan van het huwelijk verrekening van het overgespaarde achterwege, hetgeen (…) de praktijk zal zijn, en blijft het recht tot verrekening bestaan, dan brengt een uitleg naar redelijkheid en billijkheid in verband met de aard van het beding mee dat bij het einde van het huwelijk ook de vermogensvermeerdering, ontstaan door belegging van hetgeen uit de inkomsten van een echtgenoot is bespaard maar ongedeeld gebleven, in de verrekening wordt betrokken.”

De Rechtbank Noord-Nederland bepaalde als partijen ongehuwd hebben samengewoond in beginsel geen aanleiding bestaat voor analoge toepassing van de wettelijke regeling voor gehuwden. De Rechtbank Den Haag oordeelde echter dat dat in dit geval anders was.
Bij de Rechtbank Noord-Nederland betrof het een samenlevingsovereenkomst waarin tussen partijen was overeengekomen dat de verrekenvorderingen tijdens de samenwoning konden verjaren. En dat in geen geval meer kon worden gevorderd dan verdeling van het nominaal bespaarde bedrag.

Bij de Rechtbank Den Haag hadden de man en de vrouw in hun samenlevingsovereenkomst afgesproken dat het recht tot het vorderen van verrekening een half jaar na de ontbinding van hun samenlevingsovereenkomst vervalt. Hun verrekenvorderingen konden dus niet verjaren gedurende hun samenwoning. Daarnaast hadden de man en de vrouw in hun samenlevingsovereenkomst opgenomen dat als in enig kalenderjaar geen verrekening plaatsvindt, bij latere verrekening de waardeveranderingen van het vermogen waarin de niet-verrekende bedragen zijn belegd, moet worden meegenomen.
Daaruit en uit de omstandigheid dat de man en de vrouw ook voor wat betreft het bepalen van de alimentatie en de verrekening van de pensioenen zich ook hadden aangesloten bij de regels die daarvoor gelden in het geval van een huwelijk, heeft de Rechtbank Den Haag afgeleid dat partijen een periodiek verrekenbeding hebben willen overeenkomen die gelijke rechten en plichten zou laten ontstaan als de wettelijke regeling van bewijsvermoeden. Daarom was de Rechtbank Den Haag van oordeel dat het gehele vermogen dat aanwezig was ten tijde van de ontbinding van het samenlevingscontract minus het vermogen dat al aanwezig was op het moment van inwerkingtreding van het verrekenbeding en het vermogen waarvan duidelijk is dat dit is geërfd of geschonken dan wel is gefinancierd met privévermogen, wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden

Dat betekende dat de man, die stelde dat een deel van het ten tijde van het eindigen van de verrekenplicht aanwezige vermogen door hem aangebracht vermogen betrof, gefinancierd met aangebracht vermogen of krachtens schenking verkregen, dit moest aantonen. Het was dus aan de man om aannemelijk te maken dat de waarde van een bepaald goed op de peildatum niet is gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden.

Conclusie

Een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding kan niet beoogde gevolgen hebben voor een of beide partijen. Voorkom onduidelijkheid en voer een afgesproken verrekenbeding ook daadwerkelijk uit ter voorkoming toekomstige problemen. Heeft u hier vragen over? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
20-09-2021

Onzakelijk lage prijs voor aandelen houdt geen stand

Het overdragen van aandelen aan derden, bijvoorbeeld kinderen, tegen een koopsom die niet vergelijkbaar is met de reële waarde, beoordeelt de fiscus, bekrachtigd door de rechter als een onzakelijk lage prijs. Het argument dat de rendementswaarde van de aandelen nihil zou zijn, omdat de invloed van de kopers, die minderheidsaandeelhouder worden¸ daarmee geen zeggenschap hebben over het dividendbeleid.

Zowel de fiscus als de rechter zien dat met de aandelenverkoop ook een voordeel uit aanmerkelijk belang is ontstaan. In de betreffende casus ging het om een belang van in totaal 10%, met een waarde in het economisch verkeer die een veelvoud was van de verkoopprijs.
Ook een beroep op de IB-bedrijfsopvolgingsregeling is niet houdbaar. Daarvoor is nodig dat er sprake is van ‘meer-arbeid’ om ‘meer-rendement’ te behalen. In de casus is dat niet aan de orde.

Wilt u meer weten over het overdragen of verkopen van aandelen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer
20-09-2021

Voorverdeling bij beneficiaire aanvaarding soms mogelijk zonder rechterlijke machtiging

Bij onduidelijkheid over de omvang van een nalatenschap en aanwezigheid van schulden in een nalatenschap hebben erfgenamen de mogelijkheid om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Na beneficiaire aanvaarding treden de erfgenamen in beginsel als vereffenaar op. De wettelijke vereffeningsprocedure is een waarborg voor schuldeisers van de nalatenschap. In de regel worden de goederen van de nalatenschap dan niet verdeeld voordat de vereffening is afgerond. Er zijn echter uitzonderingen.

In de periode voorafgaand aan voltooiing van de vereffening is bijvoorbeeld wel een (gedeeltelijke) verdeling mogelijk als de positie van schuldeisers daar niet onder lijdt en de erfgenamen ook vereffenaars zijn. Daarbij wordt meestal uitgegaan van de noodzaak van een machtiging van de kantonrechter om al voor afronding van de vereffening goederen te verdelen.
Uit een recente uitspraak van de rechtbank blijkt het tegendeel. Erfgenamen-vereffenaars hebben geen machtiging nodig als de tot de nalatenschap behorende bezittingen ruimschoots voldoende zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen en daarvan een door de erfgenamen-vereffenaars een ondertekend vermogensoverzicht beschikbaar is.
Er is in dergelijke situaties alleen machtiging van de kantonrechter nodig als er door de rechtbank een vereffenaar is benoemd en de erfgenamen zonder diens medewerking beschikkingsdaden willen verrichten. Zolang daarvan geen sprake is, is een machtiging tot verdeling niet vereist

Wilt u meer weten over het (beneficiair) aanvaarden of verwerpen van een erfenis? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Lees meer

Hebt u een vraag? Bel ons vrijblijvend: 076 - 565 28 50

Volg ons